Krediet bij het Woningfonds

 Verstuur deze pagina Afdrukken

Voorwaarden

Verplicht verblijf.

Elke natuurlijke persoon die zich als aanvrager (?) meldt, moet op de referentiedatum (?) permanent in België verblijven.

Maximuminkomen van het gezin.

De inkomsten mogen niet hoger zijn dan een van de volgende bedragen :

- Wanneer de aanvrager, op het ogenblik van het afsluiten van zijn krediet, een persoon alleen is die verklaart dat hij niet de bedoeling heeft de woning te bewonen met andere personen, mogen de inkomsten niet meer bedragen dan 45.000 euro;

- Wanneer de aanvrager op het ogenblik van het afsluiten van het krediet verklaart deel uit te maken van een gezin met twee of meer personen, mogen de inkomsten niet meer bedragen dan 55.000 euro indien slechts een persoon over inkomsten beschikt;

- Wanneer de aanvrager op het ogenblik van het afsluiten van het krediet verklaart deel uit te maken van een gezin met twee of meer personen, mogen de inkomsten niet meer bedragen dan 70.000 euro indien minstens twee personen in het gezin over inkomsten beschikken.

 

De bedragen vermeld onder het 2de en 3de streepje worden verhoogd met 5.000 euro per persoon ten laste, met een maximum van vier verhogingen.

Voor het inkomen baseren we ons op de volgende gegevens:

  • die van het op twee na laatste jaar vóór dat van de referentiedatum als de aanvraag in de eerste zes maanden van het lopende kalenderjaar ligt;
  • van het voorlaatste jaar vóór dat van de referentiedatum als de aanvraag in de laatste zes maanden van het lopende kalenderjaar gebeurt.

Voorbeeld

Als uw een kredietaanvraag indient op :

- 15 mei 2016, dan worden uw inkomsten voor het jaar 2013 (aanslagjaar 2014) in aanmerking genomen ;

- op 3 juli 2012, dan worden de inkomsten van het jaar 2014 (aanslagjaar 2015) in aanmerking genomen.

De bedragen vermeld in § 1 van dit artikel zijn gebonden aan de gezondheidsindex van de consumptieprijzen van de maand november 2014. Zij worden jaarlijks op 1 januari aangepast aan het indexcijfer van de maand november die aan de aanpassing voorafgaat en afgerond tot op de euro lager of hoger naargelang het cijfer van de cents kleiner dan is of gelijk aan of groter dan 50.

Zakelijk recht op een ander onroerend goed.

Als de aanvrager een zakelijk recht zou hebben op een ander onroerend goed dan de woning of het gebouw uitsluitend bestemd voor de uitoefening van zijn beroep, dan kan het Fonds, binnen de voorwaarden die het zelf stelt, de toekenning van het krediet afhankelijk stellen van: 

  • de verkoop van het goed voor de lening wordt toegekend. De netto-opbrengst van deze verkoop moet worden ingebracht als eigen middelen;
  • de verkoop van het goed wanneer de lening al is toegekend. De netto-opbrengst van deze verkoop moet worden gebruikt om de lening, geheel of gedeeltelijk, vervroegd terug te betalen;
  • de verhoging van de jaarlijkse rentevoet met 1,00% per jaar;
  • hetzij de bestemming van elke opbrengst die de aanvrager uit hoofde van dit zakelijk recht toekomt, voor de volledige of gedeeltelijke vervroegde terugbetaling van het krediet.

Deze laatste drie mogelijkheden kunnen samen opgelegd worden.

Indien de ontlener een zakelijk recht verwerft, met uitzondering van de naakte eigendom, van een ander ontroerend goed dan de woning of het gebouw uitsluitend bestemd voor de uitoefening van zijn beroep, en waarvan de huisvesting de hoofdzakelijke bestemming is, zal hij dit recht moeten afstaan binnen het jaar na zijn verwerving. Indien de ontlener het Fonds spontaan en onmiddellijk ingelicht heeft over deze aanwerving, zal een termijn van 3 jaar toegekend worden.

Informatieplicht.

De aanvrager moet het Fonds alle nodige informatie en attesten bezorgen.

Deze verplichting moet het Fonds in staat stellen om met kennis van zaken een antwoord te bieden op de leningsaanvraag. 

Gebeurt dit niet, dan mag het Fonds, binnen de wettelijke grenzen, deze informatie en attesten opvragen bij de bevoegde administratieve diensten. De hieraan verbonden kosten kunnen worden aangerekend aan de aanvrager of ontlener.

Verplichtingen ten aanzien van de woning.

De ontlener (?) moet volle eigenaar zijn van zijn woning (?) of  titularis van een zakelijk recht dat betrekking heeft op de volledige woning en diens aanhorigheden en waardoor hij in staat is de woning volledig te betrekken gedurende minstens de duur van het krdiet.

Tijdens de hele duur van de lening moet de woning, in voorkomend geval na de uitvoering van werken, voldoen aan:

  • de bewoonbaarheidsvoorwaarden rekening houdend met de samenstelling van het gezin van de ontlener;
  • de veiligheids- en gezondheidsvoorwaarden;

zoals deze wettelijk zijn bepaald of, bij gebrek aan dergelijke bepalingen, zoals ze worden beoordeeld door het Fonds. 

Deze verplichting is volledig en uitsluitend ten laste van de ontlener.

De lening kan enkel worden toegekend wanneer de ontlener er zich toe verbindt om de woning te laten beantwoorden aan de eisen van :

  • artikel 4 van de ordonnantie van 17 juli 2003 houdende de Brusselse Huisvestingscode  ;
  • artikels 2 tot 5 van het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 4 september 2003  tot bepaling van de elementaire verplichtingen inzake veiligheid, gezondheid en uitrusting van de woningen, en dit ondanks het feit dat deze ordonnantie en dit besluit van toepassing zijn op huurwoningen;
  • de verplichtingen van het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 15 april 2004   tot bepaling van bijkomende verplichtingen inzake brandvoorkoming in de te huur gestelde woningen.

In dit kader verplicht de ontlener er zich onder andere en bijvoorbeeld toe om, zo snel mogelijk na het afsluiten van de lening :

  • alle gelijkvormigheidsgetuigschriften door te geven aan het Fonds (opgemaakt door erkende controle-organismen) van de gas-, elektriciteits-, warm water- en verwarmingsinstallaties en van de stabiliteit van de balkons;
  • het afvoernetwerk van de woning te laten controleren door een gespecialiseerde firma;
  • te laten controleren of er geen houtparasieten (huiszwam, houtworm,…) zitten in de houten vloeren van keuken en/of badkamer. Dit moet ook gebeuren als deze vloeren bedekt zouden zijn met vinyl, tegels, vast tapijt, enz....

Het Fonds kan in geen geval aansprakelijk worden gesteld, noch tegenover de ontlener of zijn rechthebbenden, noch tegenover derden, indien er schade optreedt omdat de ontlener deze verplichtingen niet naleeft. Dit geldt zelfs indien het Fonds geen stappen zou hebben ondernomen om de naleving van deze verplichtingen af te dwingen.

De ontlener en zijn gezin moeten de woning volledig bewonen. Ze moeten er zich bovendien domiciliëren binnen een termijn van ten hoogste zes maanden na het verlijden van de akte van hypotheeklening of na de voltooiing van de werken. 

De ontlener en diens gezinsleden moeten de woning volledig gebruiken. Zij moeten er bovendien hun woonplaats vestigen binnen een termijn van ten hoogste zes maanden na het afsluiten van het krediet of na de voltooiing van de werken.

Mits goedkeuring van het Fonds kan in de volgende situaties echter van die regels worden afgeweken :

  • Indien een deel van de woning ter beschikking wordt gesteld van een derde en op voorwaarde dat dit deel van de woning een wooneenheid vormt die afgescheiden is van het deel dat wordt bewoond door de ontlener. De jaarlijkse intrestvoet wordt in dat geval verhoogd met 10 % van de referentierentevoet en wordt berekend volgens de formule die u kunt vinden in het onderdeel over de intrestvoet. Deze verhoogde intrestvoet blijft van toepassing gedurende de volledige duur dat de wooneenheid ter beschikking wordt gesteld;
  • Indien de woning volledig ter beschikking wordt gesteld van een derde. In dat geval wordt de jaarlijkse intrestvoet met 1 % per jaar verhoogd, en dit gedurende de volledige duur. Deze periode mag echter niet langer duren dan 6 jaar.

De bovenvermelde verhogingen worden echter niet toegepast wanneer de maandelijkse opbrengst voortkomend uit dergelijke ter beschikkingstellingen minder bedraagt dan de maximumhuur dat, in overeenstemming met de wetgeving, toegepast wordt door Sociale Verhuurkantoren van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest.

Maximumwaarde van de woning.

De verkoopwaarde van de woning, in voorkomend geval na de uitvoering van werken, mag niet hoger zijn dan 303.391,00 euro. Indien het gezin van de aanvrager meer dan twee personen telt, wordt dit bedrag verhoogd met 10 % per bijkomende persoon en dit tot maximaal 50 %.

Deze bedragen worden jaarlijks aangepast. Een overzicht ervan vindt u in tabel 2 van de tarieven .

Het in het eerste lid vastgestelde bedrag wordt jaarlijks op 1 januari aangepast, voor de eerste maal op 1 januari volgend op de bekendmaking van onderhavig besluit, in functie van de evolutie van de gemiddelde kostprijs per bruto bewoonbare m². Als het getal dat gevormd wordt door de laatste drie cijfers van het resultaat van deze rekenkundige bewerking groter is dan 0 en kleiner of gelijk aan 500 euro, wordt dit getal afgerond op 500 euro. In alle andere gevallen wordt het resultaat afgerond op het hogere duizendtal.

De gemiddelde referentiekostprijs per bruto bewoonbare m² is die van 31 oktober 2010.

 

Ofwel de natuurlijke persoon die een hypotheeklening wilt afsluiten bij het Fonds,
ofwel de natuurlijke personen die samen een hypotheeklening willen afsluiten bij het Fonds om de woning daarna te delen.

De datum waarop de hypotheeklening werd aangevraagd voor een welbepaalde woning,
 zoals deze door het Fonds aan de aanvrager werd meegedeeld.

 

De inkomsten in de zin van artikel 6 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992, de inkomsten verworven in het buitenland voor zover ze niet vallen onder de toepassing van deze bepaling en de inkomsten van de personen bedoeld in artikel 4 van het voornoemde Wetboek van de aanvrager en van alle andere personen die deel uitmaken van zijn gezin, behalve van de kinderen van de aanvrager die op de referentiedatum jonger zijn dan 25 jaar.

Kostprijs van alle woningen aangekocht met een lening van het Fonds. Deze kostprijs bestaat uit de aankoopprijs van de woningen en de kostprijs van de bouw- of renovatiewerken, behalve de taksen en belastingen, gedeeld door het totale aantal bruto bewoonbare vierkante meters van de voornoemde woningen.

Het kind dat regelmatig gehuisvest is bij de aanvrager en dat op de referentiedatum recht heeft op of verkrijger is van kinder- of wezenbijslag.

Elk ander kind jonger dan 25 jaar dat regelmatig gehuisvest is bij de aanvrager en waarvan het Fonds meent dat het op de referentiedatum werkelijk ten laste is, als het bewijs wordt geleverd dat het kind recht heeft op kinder- of wezenbijslag of dat het geen inkomen heeft.

De aanvrager die een lening heeft afgesloten bij het Fonds.

Het (deel van een) gebouw, gelegen binnen het Gewest, dat in hoofdzaak bestemd is om een gezin te huisvesten en waarvoor de hypotheeklening wordt aangegaan.

De waarde die door het Fonds wordt bepaald op basis van het deskundig verslag.