Krediet bij het Woningfonds

 Verstuur deze pagina Afdrukken

Rentevoet

1. De debetrentevoet is vast. Het gaat om één enkele rentevoet voor de volledige duur van de kredietovereenkomst, onder voorbehoud van de bepalingen van de artikelen 5, 15, § 6, 16 (krediet voor de verbetering van de energieprestatie van de woning) en 32 (gevolg van een slechte uitvoering van de kredietovereenkomst) hieronder.

2. Zonder afbreuk te doen aan §1, draagt de lening een maximale debetrentevoet van 3,00%, d.w.z. een periodieke (maandelijkse) rentevoet van 0,2466%.

3. Het tarief wordt vastgesteld op grond van de gezins- en financiële situatie van de ontleners, overeenkomstig wat is bepaald in artikel 15 hieronder.

4. Vanaf de ondertekening van de kredietovereenkomst zal het door het Fonds verstrekte krediet rente opbrengen ten gunste van het Fonds, berekend op basis van de bedragen die zijn opgenomen tegen de in de bijzondere voorwaarden vermelde rentevoet.

De debetrente wordt vastgesteld op de dag dat het krediet wordt afgesloten volgens de volgende formule:

                        I = A + (( B – A ) x ( inkomsten – C ))/( D – C )

Waarbij:

- “I” de jaarlijkse interestvoet van het krediet is;

- “Inkomsten”, de inkomsten zijn zoals vastgesteld volgens de bepalingen van artikel 1, 9°, en artikel 4, § 2;

- “A” is 1,7 %;

- “B” is 3 %;

- “C” is 0 euro;

- “D” is 65.000 euro. 

De rentevoet die op deze manier wordt berekend, wordt afgerond tot op het honderdste procent lager of hoger naargelang het cijfer van de duizendsten procent kleiner dan 5 is, gelijk aan of groter dan 5.

Van dit resultaat moet 0,10% worden afgetrokken per persoon ten laste (?). De vermindering voor personen ten laste mag echter niet groter zijn dan 0,40%.

De in toepassing van paragraaf 1 verkregen rente mag niet lager zijn dan 2% per jaar (of een periodieke rentevoet van 0,1652% per maand) en niet hoger dan 2,5% per jaar (of een periodieke rentevoet van 0,2060% per maand).

De jaarlijkse interestvoet die vastgesteld wordt in toepassing van paragraaf 2 wordt verminderd met 0,10 % per jaar per persoon ten laste. De vermindering voor personen ten laste mag evenwel niet groter zijn dan 0,40 % per jaar. Om deze vermindering te bepalen, wordt het aantal personen ten laste in aanmerking genomen dat geldt op de referentiedatum.

Wanneer alle personen die aanvrager zijn op de referentiedatum jonger zijn dan 40 jaar, wordt de interestvoet bepaald verminderd met 0,10 % per jaar.

Onverminderd de bepalingen van artikel 5 en van paragraaf 7 van artikel 14 van de prospectus, mag de jaarlijkse interestvoet niet minder bedragen dan :

- 1,70 % wanneer de aanvrager minstens drie personen ten laste heeft;

- 1,80 % wanneer de aanvrager twee personen ten laste heeft of wanneer alle personen die samen de aanvraag hebben ingediend jonger dan 40 jaar zijn op de referentiedatum;

- 1,90 % wanneer de aanvrager één persoon ten laste heeft.

Wanneer de situatie van de lener met verschillende hierboven beoogde gevallen overeenstemt, wordt de voor hem interessantste oplossing bij de aanpassing van de rentevoet toegepast. 

Voorbeeld

Het gezinsinkomen bedraagt € 35.000.

Formule :      1,7 % + (( 2,5 % – 1,7 % ) x ( 35.000 – 0 ))/( 65.000 – 0 ) = 2,13 %

De aanvragers zijn ouder dan 40 jaar en hebben één persoon ten laste:

  Debetrente Periodieke rente
Resultaat van de formule 2,13 % 0,1758 %
Reductie voor persoon ten laste - 0.10 % 0,0083 %
Debetrente van het krediet 2,03 % 0,1676 %

 

Voor aanvragers jonger dan 40 jaar met twee personen ten laste:

  Debetrente Periodieke rente
Resultaat van de formule 2,13 % 0,1758 %
Reductie voor persoon ten laste - 0.20 % 0,0167 %
Reductie voor de leeftijdsvoorwaarde - 0.10 % 0,0083 %
Jaarlijkse rentevoet van het krediet 1,83 % 0,1512 %

 

In geval van gedeeltelijke bestemming van de woning voor professionele of commerciële doeleinden wordt de overeenkomstig artikel 15 berekende debetrentevoet verhoogd met 0,01% (d.w.z. een periodieke verhoging van 0,0008%) vanaf het begin van deze bestemming.

In het kader van de verhuur van een deel van de woning, op voorwaarde dat dit deel een andere wooneenheid is dan die welke door de ontlener wordt bewoond en er zich aan geen van beide zijden een probleem van bewoonbaarheid voordoet, wordt de overeenkomstig artikel 15 berekende debetrentevoet verhoogd met 0,30% (d.w.z. een verhoging van de periodieke rentevoet met 0,0250%), en dit gedurende de gehele duur van de huurperiode.

Wanneer een deel van de woning wordt verhuurd zonder dat dit deel een wooneenheid vormt die los staat van de woning die door de ontlener wordt bewoond, en voor zover dit geen van beide partijen bewoonbaarheidsproblemen oplevert. wordt de overeenkomstig artikel 15 berekende debetrentevoet gedurende de gehele looptijd van de verhuur met 0,01% verhoogd (d.w.z. een verhoging van de periodieke rentevoet met 0,0008%).

De overeenkomstig de bepalingen van artikel 15 berekende debetrentevoet wordt verhoogd met 1% (d.w.z. een periodieke verhoging van de rentevoet met 0,0830%) in geval van een totale verhuur van het onroerend goed en dit vanaf het begin van de verhuurperiode.

Indien de geïnde huur, exclusief lasten, echter gelijk is aan of lager is dan de mediaan van de huurprijs vermeld in bijlage 1-B van het Besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering betreffende de huurhulp van het Woningfonds van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, voor een gelijkaardige woning met eenzelfde aantal kamers, zullen de hierboven vermelde verhogingen van 0,30% en 1%, 0,01% bedragen (d.w.z. een verhoging van de periodieke rente met 0,0008%).

7. Wanneer de prijs van de woning waarvoor het krediet wordt aangevraagd, gesubsidieerd is of werd door een overheidsinstantie of door een publiek- of privaatrechtelijke persoon die onder de zeggenschap van een dergelijke instantie staat of erdoor wordt gesubsidieerd, wordt de overeenkomstig de paragrafen 1 tot en met 6 vastgestelde jaarlijkse rentevoet die van toepassing is op het aankoopkrediet, verhoogd met 0,50 % (d.w.z. een periodieke rentevoet van 0,0416% per maand), zonder dat de aldus verkregen rentevoet hoger mag zijn dan 3 %, onverminderd de verhogingen die in artikel 32 zijn vastgelegd.

Deze verhoging is niet van toepassing indien de aanvrager op basis van zijn belastbaar inkomen van het referentiejaar voldoet aan de toelatingsvoorwaarden voor een sociale woning. Hiervoor worden de inkomstenbarema’s gehanteerd van de Brusselse Gewestelijke Huisvestingsmaatschappij (BGHM) en de Openbare Vastgoedmaatschappijen.

De tabel met de inkomensvoorwaarden voor sociale huisvesting kunt u terugvinden op de website www.slrb.irisnet.be.

Lening voor de Energieprestatie (LEP)   

1. De rente op het krediet voor de financiering van werken ter verbetering van de energieprestatie van de woning wordt vastgesteld volgens de volgende formule:

IE = E + ((F-E) x (inkomsten – G))/(H – G)

waarbij: "IE" de debetrentevoet is;

  • onder "inkomsten", de inkomsten worden verstaan die zijn vastgesteld overeenkomstig de bepalingen van artikel 1, 9°, en artikel 4, § 2;
  • “E” staat voor 0 %;
  • “F” staat voor 2 %;
  • “G” staat voor 0 EUR;
  • “H” staat voor 65.000 EUR.

Het geïndexeerde bedrag "H" is opgenomen in tabel 5 van de bijgevoegde tarieven.

De debetrentevoet wordt naar beneden of naar boven afgerond tot op het honderdste procent, afhankelijk van het feit of de verkregen duizendste procent minder dan vijf is of gelijk aan of groter dan vijf is.

Voorbeeld

Het gezinsinkomen bedraagt € 31.250.

Formule :     0 % + (( 2 % – 0 % ) x ( 31.250 – 0 ))/( 65.000 – 0 ) = 0,96 %

  Debetrente Periodieke rente
 Debetrente van het krediet 0,96 % 0,0797 %

 

2. In afwijking van paragraaf 1 wordt de debetrentevoet vastgesteld op 0% (d.w.z. een periodieke rentevoet van 0,0000% per maand) wanneer de in artikel 4 bedoelde inkomsten niet meer bedragen dan 15.000 EUR,.

3. De in paragraaf 1 bedoelde rentevoet is van toepassing op het krediet, dat niet meer dan 25.000 EUR mag bedragen.

4. Het Fonds kan in overleg met de Minister de in de artikelen 15 en 16 vermelde rentevoeten en bedragen wijzigen.

Isolatie en ventilatie Verwarming Hernieuwbare energie
Isolatie van het dak Verwarmingsketel Waterverwarmer op zonne-energie
Isolatie van de muren Verwarmingsinstallatie
Isolatie van de vloer Temperatuurregeling
Plaatsing van isolerende vensters Warmtepomp
Ventilatie

de datum waarop de hypotheeklening werd aangevraagd voor een welbepaalde woning, zoals deze door het Fonds aan de aanvrager werd meegedeeld         

het kind dat regelmatig gehuisvest is bij de aanvrager en dat op de referentiedatum recht heeft op of verkrijger is van kinder- of wezenbijslag 

elk ander kind jonger dan 25 jaar dat regelmatig gehuisvest is bij de aanvrager en waarvan het Fonds meent dat het op de referentiedatum werkelijk ten laste is, als het bewijs wordt geleverd dat het kind recht heeft op kinder- of wezenbijslag of dat het geen inkomen heeft

de persoon die tot in de tweede graad verwant is met de aanvrager, die deel uitmaakt van diens gezin en waarvan het Fonds meent dat hij/zij op de referentiedatum werkelijk ten laste is als het bewijs wordt geleverd dat de betrokkene geen inkomen heeft